Dit voorjaar deel ik interviews met leerkrachten over mooie momenten, hobbels op de weg, idealen en wensen. Niks leukers dan even in de klas van een ander kijken, toch? Laat je inspireren door je collega’s!

Jasper van de Sant (29) woont met zijn vriendin in Nijmegen. Hij werkt in groep 7 op basisschool Petrus Canisius in de binnenstad van Nijmegen. Hij houdt van sport, gamen en kijkt graag naar Game of Thrones. Zijn vader is ook docent, op een praktijkschool.

Ik werk nu vijf jaar als leerkracht, waarvan vier jaar op het Petrus Canisius. Toen ik net klaar was met de pabo maakte ik bewust de keuze om de invalpool in te gaan. Ik wilde graag verschillende soorten type onderwijs, scholen en teams ervaren. Uiteindelijk ben ik terechtgekomen op het Petrus Canisius, een dorpsschool middenin de stad. De eerste jaren was ik vooral gericht op mijn eigen klas, het lesgeven en heb ik veel tijd geïnvesteerd in het klassenklimaat en -management. Mijn kerntaak is ook gewoon lesgeven en voor mijn gevoel kon ik destijds niet veel ernaast doen. Ik heb in de loop der jaren steeds meer zelfvertrouwen gekregen in het lesgeven en in mezelf. Door het zelfvertrouwen ben ik mij meer gaan openstellen voor ontwikkelingen buiten mijn klas en sindsdien draag ik ook steeds meer bij aan de schoolontwikkeling. Zo ben ik vorig schooljaar ICT- coördinator geworden en dit schooljaar ook in de MR gestapt. Ik merk dat deze schooltaken en verantwoordelijkheden mij uitdaging bieden.

 

Voor de klas of in het leger? 

Op de middelbare school twijfelde ik over mijn vervolgopleiding: pabo of het leger in. Ik miste voor mijn gevoel een stukje discipline en structuur bij mezelf. Het leek me goed voor mijn persoonlijke ontwikkeling om daarin te groeien. Werken in teamverband, op humanitaire missies, lichamelijke uitdaging en met materialen werken waar je anders nooit mee in aanraking komt, spraken mij aan.

Omdat mijn vader in het onderwijs werkt en onze karakters overeenkomsten hebben, ben ik toch eerst de pabo voor een jaar uit gaan proberen. Dat beviel mij heel goed. Het contact met kinderen en praktisch bezig zijn, vond ik erg leuk. Het theoretische gedeelte kwam later vanzelf, want ik voelde mij op mijn plek voor de klas. Wel grappig om nu tot de conclusie te komen dat ik structuur en discipline nu juist wel terugzie in mijn eigen lesgeven en werk.

 

Korte lijntjes en samen verantwoordelijk

Het heeft nu mijn voorkeur om op een kleine basisschool te werken. De voordelen van het werken in een niet al te groot team vind ik de korte lijntjes, de prettige feedbackcultuur en dat je elkaar kent, ook privé. Dit draagt bij aan een prettige werksfeer; ik durf mezelf te zijn. In de teamkamer vind ik het belangrijk dat het niet alleen over het onderwijs gaat. Praten over voetbal zit er niet altijd in, maar over Game of Thrones gelukkig wel. Wij proberen ook buiten de teamkamer momenten te creëren, lekker kletsen of een borreltje drinken in de stad.

Een ander voordeel van een kleinere school vind ik het sociale klimaat. Hoe ik het ervaar: je bent niet alleen leerkracht in je eigen klas, maar ook van de school. Er is voor mij een groter gezamenlijk verantwoordelijkheidsgevoel voor alle kinderen binnen de school, doordat je veel kinderen binnen de school kent (en andersom). Ik vind het investeren van tijd in het opbouwen van een relatie met kinderen buiten mijn klas erg waardevol. Kinderen leren je ook op een andere manier kennen, dan alleen als de leerkracht voor klas. Ik heb de ervaring dat deze investering zich vaak terugbetaalt wanneer deze kinderen bij mij in de klas komen. 

 

Echt jezelf durven te zijn, iedereen mag er wezen

Ik wil kinderen graag meegeven dat ze zichzelf kunnen zijn. Je hoeft geen opvallend gedrag te vertonen om aandacht te krijgen. Door jezelf te zijn, krijg je die aandacht vanzelf. Ik probeer hier zelf een rolmodel in te zijn door oog te hebben voor een ander, interesse te tonen, eigen grenzen duidelijk aan te geven en verwachtingen uit te spreken. Verschil mag er wezen. Dit accepteren en respecteren we van elkaar. Ik hoop hierdoor een bijdrage te leveren aan het ontwikkelen van de eigen identiteit van kinderen.

Ik probeer ook mijn frustratie voor te zijn. Eerst stel ik mezelf dan de vraag: ligt het aan mij of aan het kind? Dan vertel ik feitelijk wat ik heb gezien, zonder oordeel, en gaan wij samen in gesprek om tot een oplossing te komen. Eerst rust, dan praten en uiteindelijk de leerling eigenaar maken van de oplossing. Ik kijk altijd eerst wat ík kan veranderen. Door mijn oordeel uit te stellen, merk ik dat kinderen de ruimte voelen om te leren, dan komen ze vaak zelf met passende oplossingen (eigenaarschap).

Op vrije momenten, zoals bij het buitenspelen, ook contact hebben met kinderen, puur op de relatie, vind ik daarbij waardevol. En dat ik dat doe, zie ik terug in de klas. Je bouwt credits op die je daarna weer kan inzetten.

 

Je hoeft niet altijd in het stramien

Ondanks dat ik veel structuur bied in mijn lesgeven en soms wat direct overkom, probeer ik zoveel mogelijk een luisterend oor te bieden. Wij zijn hier op school om te leren, maar als er iets is voorgevallen thuis of op school, dan zijn er uitzonderingen mogelijk. Daar maak ik tijd en ruimte voor. Dan hoef je niet mee in het stramien. Je mag er zijn, je mag gezien worden en samen kijken wij wat er nodig is. Ik probeer steeds nieuwe dingen om aan te sluiten op de behoefte van het kind op dat moment. Daarin voel ik me niet geremd en ik kan achteraf eigenlijk ook altijd goed verantwoorden waarom ik bepaalde keuzes maak. Dus als het voor een kind belangrijk is om tussen de lessen door een rondje om de kerk te rennen, omdat ze even haar gedachten moet verzetten, dan kan dat. Ik heb vaak de ervaring dat het luisterend oor, de ruimte om iets anders te doen en het vertrouwen, kinderen goed doet. 

Je krijgt niet zo snel een dikke knuffel

Mijn voorkeur ligt bij lesgeven in de bovenbouw. Een collega zei eens: in de onderbouw start je met veel respect als leerkracht en kun je het verliezen; in de bovenbouw start je met nul respect en moet je dit verdienen en opbouwen. Dit laatste spreekt mij het meeste aan in de bovenbouw. Inzetten op de relatie staat dan ook voorop. Het is voor mij de uitdaging de juiste dingen te doen om het respect te verdienen. In deze leeftijd zijn kinderen daarin minder expliciet dan bij de kleuters bijvoorbeeld, waar je snel een dikke knuffel krijgt zonder enige aanleiding. Als ik dan halverwege het schooljaar een knuffel krijg, dan weet ik dat ik de juiste dingen aan het doen ben.

Hoe houden jullie het vol met mij?

Ik vind mezelf sterk in het aanbieden van structuur, verwachtingen uitspreken, relativeren, en duidelijke grenzen aangeven. Vroeger noemde ik mezelf streng, maar nu zeg ik: ik ben gewoon duidelijk. Ik ben oprecht en eerlijk, zo stel ik mezelf ook op en dit verwacht ik ook van de kinderen. Dit gaat uiteraard gepaard met de nodige humor. Ik zet vooral humor in om te relativeren, ook mezelf te relativeren en/of te reflecteren.

Voordat ik de kinderen naar huis heb gestuurd, neem ik de dag door. Als ik er dan achter kom dat ik niet mezelf was (negatief, te direct en/of chagrijnig) geef ik dit ook terug aan de kinderen en zeg ik iets in de trant van: “Wat was ik een draak vandaag, zeg! Hoe houden jullie het vol met mij? Ik verdien dan ook om na te blijven… Gaan jullie maar naar huis, ik beloof morgen beter mijn best te doen!” Vaak maakt dat de dag weer goed en moeten de kinderen lachen. Door jezelf kwetsbaar op te stellen voor de kinderen en verbeterpunten aan te geven, bouw je meer respect op.

 

Ik herhaal minder

Mijn valkuil? Ik ben veel aan het woord! Ik val veel in herhaling. De reden voor het herhalen is dat ik onrust wil voorkomen en zeker wil zijn dat iedereen alles goed heeft begrepen. Dit stimuleert niet de zelfstandigheid van kinderen, hier ben ik mij vorig schooljaar bewust van geworden. Om deze reden ben ik minder gaan herhalen, korte, duidelijke instructies gaan geven en zet ik meer coöperatieve werkvormen in.

 

Prioriteiten stellen

In het begin van mijn carrière had ik moeite met prioriteiten stellen. Ik zei vaak op alles ja, maakte lange dagen en was op het eind van de dag kapot. Ik was met meerdere dingen tegelijkertijd bezig en kon geen agenda bijhouden. Hierin ben ik de afgelopen jaren gegroeid. Ik ben kritischer geworden met wat ik doe, zeg vaker nee en stel mezelf steeds de vraag: waarom doe ik dit? Word ik hier een betere leerkracht van? Draagt het bij aan het onderwijs? Kan het effectiever? Ik kan hierdoor beter prioriteiten stellen en keuzes maken. Ook blok ik in mijn agenda uren om geen afspraken te plannen, maar te werken aan bijvoorbeeld portfolio’s.

 

Vervelend dat de werkdruk niet verdeeld is

Aan het onderwijs staat het mij het meeste tegen dat werkdruk niet verdeeld is over het schooljaar. De periodes waarin de cito’s worden afgenomen, nagekeken, geanalyseerd, portfolio’s geschreven moeten worden en oudergesprekken gepland staan, vragen veel energie. Ik vind alle eerder genoemde dingen superinteressant en leuk om te doen, maar ik kom soms tijd tekort waardoor werk mee naar huis gaat. Dit gaat ten koste van mijn energie en uiteindelijk ook van mijn lesgeven, want een chagrijnige meester is ook niet leuk. Ik mis momenteel ook fulltimers en mannelijke leerkrachten. Voor de dynamiek in het team vind ik het belangrijk dat er een balans is tussen mannen en vrouwen. Ik hoop dat die in de toekomst weer terugkomt.

 

Tot slot: hakuna matata

Ik heb een beroep gevonden waar ik heel veel energie uit haal. Ik vind het geweldig om met kinderen te werken en elke dag is anders. Er zitten natuurlijk ook wel mindere dagen tussen, maar ik probeer elke dag weer te denken, oké, wat waren de leuke momenten? Vaak zijn het dan de kleine dingen die mijn dag goed maken: iets wat een kind zei, deed of een grap. Ik zie mezelf zeker nog lange tijd in het onderwijs werken, maar of het altijd voor de klas is, durf ik niet te zeggen.

Dank je wel, Jasper, voor het delen van je krachtige visie!

Het kan heel fijn werken als je goed weet wat je belangrijk vindt in je werk als leerkracht. Dat geeft houvast, maakt prioriteren gemakkelijker en helpt je de leerkracht te zijn die je graag wilt zijn. En dat geeft ENERGIE!

 

Wat is jouw kompas voor de klas? 

Ik heb gemerkt in de interviews met leerkrachten dat het heel waardevol is om in gesprek weer eens stil te staan bij wat je kinderen echt wilt meegeven, wat het belangrijkste is voor jou, diep van binnen. Juist in gesprek kan dat zo mooi helder worden. Als een kompas voor in de klas. Vind jij het ook fijn om samen met mij jouw visie op te helderen en aan te scherpen? 

 

Sprankelsessie

In een kort, telefonisch gesprek, op mijn kosten, staan we stil bij jou! Samen met mij krijg je snel weer helder wat je visie is, de visie die je raakt in je hart en waar je van gaat vlammen. 


MOGELIJK OOK INTERESSANT VOOR JE:

Leerkracht in de schijnwerpers #6

Leerkracht in de schijnwerpers #6

Dit voorjaar deel ik interviews met leerkrachten over mooie momenten in het onderwijs, hobbels op de weg, idealen en wensen. Niks leukers dan even in de klas van een ander kijken, toch? Laat je inspireren door je collega’s! Astrid van Eechoud (49) woont in Arnhem met...

Lees meer
Leerkracht in de schijnwerpers #3

Leerkracht in de schijnwerpers #3

Dit voorjaar deel ik een serie interviews met leerkrachten, over mooie momenten, hobbels op de weg, idealen en wensen. Niks leukers dan even in de klas van een ander kijken, toch? Laat je inspireren door je leuke collega’s! Annemiek Barten (49) heeft een voorliefde...

Lees meer